Boosheid als boodschapper
We kennen het allemaal: die plotselinge opvlieger als iemand iets zegt dat net de verkeerde snaar raakt. Of die sluimerende irritatie die maar niet weggaat, zelfs al probeer je ‘het gewoon los te laten’. Boosheid is een van de meest krachtige én verwarrende emoties die we hebben. Maar wat nou als die boosheid eigenlijk een uitnodiging is om iets diepers in jezelf te onderzoeken?
Volgens schrijver en bewustzijnsleraar Jan Geurtz is dat precies wat boosheid is: een signaal, een spiegel, en vooral een kans om dichter bij jezelf te komen.
Wat zegt Jan Geurtz over boosheid?
In zijn boeken, zoals Verslaafd aan liefde en Bevrijd door liefde, beschrijft Geurtz hoe onze emoties vaak voortkomen uit een diepere overtuiging: de fundamentele misvatting dat we niet goed genoeg zijn. Boosheid ontstaat vaak wanneer die overtuiging geraakt wordt. Iemand zegt iets, doet iets, of negeert ons op een manier die – onbewust – onze eigen onzekerheid aanwakkert. En boem, daar is de boosheid.
Niet omdat die ander per se iets fout doet, maar omdat onze eigen pijnplek wordt geactiveerd.
De valkuil: de ander willen veranderen
Wat we vaak doen als we boos zijn, is met onze vinger wijzen: “Jij maakt me boos!” Maar het nodigt ons uit om dat moment juist te gebruiken om naar binnen te kijken. Niet om de boosheid te onderdrukken – dat werkt averechts – maar om te onderzoeken waar het je precies raakt. Welk oud patroon of geloof over jezelf wordt er wakker gemaakt?
Zolang we blijven geloven dat de oplossing buiten ons ligt (in de ander die zich anders moet gedragen), blijven we gevangen in een eindeloze herhaling. We blijven op zoek naar bevestiging dat we wél goed genoeg zijn – terwijl we die bevestiging eigenlijk alleen maar in onszelf kunnen vinden.
Boosheid als kans tot bevrijding
Boosheid hoef je dus niet gezien als iets negatiefs, maar als een kans. Het is een kompas dat je feilloos wijst naar een plek in jou waar nog iets mag worden aangekeken. Een wond die liefde en aandacht nodig heeft. Als je dat durft te doen – als je de boosheid niet afwijst, maar als uitnodiging ziet – dan verandert er iets. Dan wordt het minder belangrijk wat de ander deed, en veel belangrijker wat jij daar nog in te helen hebt.
En nu?
De volgende keer dat je boos wordt, kun je eens proberen om niet meteen in de reactie te schieten. Adem. Voel. En stel jezelf een eerlijke vraag: “Wat raakt dit in mij?” Misschien voel je afwijzing. Onmacht. Verdriet. Herinner jezelf eraan: dit ben jij. Dit is een stukje van jou dat gezien wil worden. Niet weggeduwd, niet weggeredeneerd. Maar erkend.
En als dat lukt, ontstaat er iets moois. Je hoeft dan niet meer zo hard te vechten. Dan hoeft de ander niet meer te veranderen. Dan ontstaat er ruimte – voor jezelf, en uiteindelijk ook voor de ander.
Boosheid, dus. Niet als vijand. Maar als leraar.