De tijger ontwaakt

De tijger ontwaakt

                                                                                                  

 Er was eens een tijgerin die op het punt stond een jong te baren. Ze was op jacht naar voedsel voor zichzelf en haar aanstaande jong, toen ze op een kudde geiten  stootte. Ze joeg er onmiddellijk achteraan. Hoewel ze zwanger was, wist ze één van de geiten te vangen en te doden. Door de hoge inspanning kwam de bevalling op gang en ging zijzelf ook dood tijdens de geboorte van haar jong –een mannetje. De geiten, die weggerend waren, keerden weer terug toen ze voelde dat het gevaar geweken was. Ze ontdekte het pasgeboren jong en namen het op in hun kudde.

Tijdens de jaren die volgden, groeide het tijgerjong op temidden van de geiten. Hij blaatte als een geit, rook als een geit en at planten als een geit. In elk opzicht gedroeg hij zich als een geit, behalve dat onderhuids – wat wij natuurlijk wèl beseffen – de eigenlijke tijger die hij was nog in leven was. Alles ging goed, tot op een dag een oudere tijger in de buurt van de kudde kwam, één van de geiten aanviel en doodde. Alle geiten rende weg, behalve onze tijger/geit. Hij had geen reden om weg te rennen, aangezien hij natuurlijk geen gevaar voelde.

De tijger had al heel wat meegemaakt, maar nog nooit was hij zo geschokt geweest als toen hij oog in oog stond met het tijgerjong dat geen jong meer was. Daar stond een volwassen tijger die rook als een geit, blaatte als een geit en zich verder helemaal gedroeg als een geit. Aangezien hij van de oudere generatie was en niet bijzonder snugger, greep onze oudere tijger het jong in de nekvel, sleepte hem naar de rivier en liet hem zijn spiegelbeeld zien in het water. Dit maakte weinig indruk op onze jonge vriend, aangezien hij geen conclusies kon trekken uit de betekenis van dat spiegelbeeld. Dus bedacht onze oudere tijger een ander plannetje. Hij sleepte de jonge tijger terug naar de plaats waar hij de geit gedood had. Daar scheurde hij een stuk vlees van de dode geit af en schoof het in de bek van onze jonge vriend.

U kunt zich ongetwijfeld de schrik en vertwijfeling bij de jonge tijger voorstellen. Hij kokhalsde en probeerde het rauwe vlees uit te spugen, maar de oudere tijger was vast besloten de jonge tijger iets te leren en hij zorgde er dus voor dat het jong het vlees doorslikte. Toen hij zeker wist dat alles doorgeslikt was, propte hij weer een stuk vlees in de bek van het jonge dier; en dit keer was er een verandering merkbaar. De jonge tijger proefde nu het rauwe vlees en het warme bloed en hij at het vlees met smaak op. Toen hij uitgekauwd was, rekte hij zich helemaal uit, en toen, voor het eerst, brulde hij, de schreeuw van de oerwoudkat. Daarna liepen de twee tijgers samen het bos in.      

 Wat is deze schreeuw van ontwaken? Het is de ontdekking dat we meer zijn dan we denken. Het is de ontdekking dat we een identiteit aangenomen hebben die onjuist of onvolledig onze essentie weergeeft. Het is alsof we aan het dromen waren en plotseling wakker worden uit de droom, om ons heen kijken en ons bewust worden van een volledig nieuwe realiteit.

Laten we terug gaan naar onze tijger/geit. Tot aan het moment waarop hij de oudere tijger ontmoet, denkt hij dat hij een geit is en hij ervaart de wereld als een geit die zou ervaren. Zijn realiteit is die van een geit. Wij als toeschouwers van buiten af, weten dat deze geiten-kijk op de werkelijkheid hem slechts in staat stelt een deel van zijn persoonlijkheid te ervaren; dat hij in staat is tot veel meer blikken, emoties en bezigheden.we zouden kunnen zeggen dat hij zijn geiten-‘ik’ geleefd heeft en dat de oudere tijger hem wakker schudt tot zijn essentie, de tijger die hij in werkelijkheid is.

Symbolisch gezien worden wij allemaal als geiten opgevoed. Wij groeien allemaal op in culturen en gezinnen waar ons geleerd wordt volgens bepaalde lijnen te denken, te voelen en te zien. Aangezien we niet beter weten, nemen we uiteraard aan dat de wereld om ons heen zo is als wij hem waarnemen. Dit is de realiteit. Wij nemen aan dat de ‘ik’ die wij kennen de enige bestaande ik is. Wanneer een man bijvoorbeeld wordt grootgebracht in een gezin dat het verstand het belangrijkste vindt en hij het verstand als zijn belangrijkste bron van informatie over de wereld beschouwt, is hij in een zelfde situatie als onze tijger/geit. Deze man weet niets over zijn ‘andere’ aard. Hij weet niets over zijn verbeeldingskracht, zijn diepe intuïties, de wezenlijke en de waarde van zijn gevoelens. Hij heeft geen toegang tot de informatie die hij uit andere bronnen beschikbaar is. En bovendien ontzegt hij zichzelf de rijkdom en het geluk dat deze ‘andere’ aard hem zou kunnen brengen.

Wanneer de tijger in ons wil brullen en in plaats daarvan blaat de geit, dan moeten we daar op een of andere manier voor boeten. De manier waarop we moeten boeten verschilt. Bij sommige is dat een depressie, een verlies aan energie en enthousiasme, een groeiend onbewustzijn. Bij andere kan het een onbeheersbaar, schijnbaar irrationeel gedrag zijn, waarbij men zijn leven, geld, baan of huwelijk op het spel zet. In zijn meest extreme vorm, kan de prijs zijn: de ineenstorting van het lichaam, hetgeen leidt tot ziekte of zelfs de dood.

Wanneer je een dier jarenlang in een kooi opgesloten laat zitten, wordt dat dier wild. Wanneer de deur per ongeluk opengaat, komt het dier razend naar buiten stormen. Dit is voor de gevangenbewaarder het bewijs dat het dier van zichzelf gevaarlijk is. Slechts zelden neemt men de tijd om te bedenken dat dat gevaar, tenminste voor een deel, het resultaat van de gevangenschap is.

 

Purmerend 10-2018