De bagagesjouwer

De bagagesjouwer

Er was eens een jongen die Daan heette. Daan merkte dat hij heel goed andere mensen kon helpen bij het dragen van zware dingen. Wanneer iemand bij hem thuis of één van zijn vrienden vond dat ze te veel dingen moesten dragen, dan schoot Daan te hulp.

Soms hielp hij allerlei andere mensen, of hij nam heel zware bagage van iemand over. Wanneer hij te veel op zich nam, dan voelde hij zichzelf buigen onder de last, zodat het moeilijk werd om de dingen te doen die hij zelf wilde doen. Maar hij dacht dat hij andere mensen hielp en hij hield ervan om te helpen.Na een poosje gebeurde er iets vreemds. Iedereen die hem kende begon te denken dat het zijn taak was om te hulp te schieten. Ze werden boos op hem als hij hun zware tassen niet wilde dragen. Daan vond dat verwarrend, omdat hij altijd had gedacht dat hij met zijn hulp de mensen een plezier deed. Als hij anderen hielp, zo dacht hij, dan zouden ze hem helpen wanneer hij iemand nodig had om dingen voor hem te dragen. In de loop van de tijd begon hij zich schuldig te voelen als hij niet aanbood mensen te helpen. Hij raakte helemaal van de wijs.

Op een keer noemde zijn broer hem ‘een bagagesjouwer’, omdat hij altijd met de spullen van een ander zeulde, net als iemand op een vliegveld die ervoor wordt betaald om de koffers van de mensen te dragen. Aan de ene kant vond hij het leuk om ‘bagagesjouwer’ genoemd te worden, omdat hij inderdaad het gevoel had dat hij dingen voor anderen ‘droeg’ en dat hij waardering hoorde te krijgen voor zijn hulp. Aan de andere kant vond hij het niet leuk dat hij beschouwd werd als iemand wiens taak het was voor iedereen alles te dragen.

Na een poosje bleef hij steeds vaker op zijn kamer, want telkens als hij zijn kamer uit kwam, vond hij dat hij iemand moest helpen. Maar ook in zijn kamer kon hij voelen dat de mensen wilden dat hij kwam helpen om van alles voor ze te dragen. Zijn ouders en zijn broers en zusters werden kwaad op hem en gingen op een andere manier met hem om, omdat ze vonden dat hij het recht niet had zijn deur te sluiten en geen dingen meer te doen voor anderen. Toen ze echt kwaad op hem werden, probeerde hij nóg meer voor hen te dragen, zodat ze hem weer aardig zouden vinden.

Op een dag merkte hij dat iets wat begonnen was om andere te helpen, nu echt een probleem voor hemzelf werd. Hij besloot dat hij er met iemand over moest praten. Hij ging naar zijn lievelingsjuf om met haar te praten over hoe het was om een bagagesjouwer te zijn. Zij juf leek hem te begrijpen, en legde uit dat het heel vreemd is dat degenen die het hardst proberen anderen te helpen, zo vaak te maken krijgen met mensen die boos worden. Ze legde uit dat het niets te maken heeft met een gebrek aan dankbaarheid, maar dat het te maken lijkt te hebben met wat mensen van elkaar verwachten. Ze vertelde Daan dat hij moest zorgen dat de anderen hun verwachtingen zouden aanpassen. Dat betekende dat hij zijn eigen spullen moest dragen en dat hij het dragen van andermans spullen moest overlaten aan die mensen zelf. De juf vertelde dat het belangrijk is dat je vertrouwen hebt in mensen, dat je gelooft dat andere mensen in het leven hun eigen zaken kunnen afhandelen. Ze zei tegen de jongen dat hij nooit meer moest gaan zeulen met de spullen van een ander. Als hij stopte met het dragen van dingen voor andere mensen, dan zouden de mensen om hem heen niet meer verwachten dat hij de zorg voor hun zaken op zich nam.

Daan maakte zich ernstig zorgen over het advies van de juf en in het begin begreep hij het ook niet. Iedereen om hem heen had immers hulp nodig, want anders zouden ze hem niet steeds van alles te dragen geven. Zelfs op school droeg hij geregeld dingen voor anderen. Op een dag was hij zo moe en kostte het zoveel inspanning iets te dragen dat iemand hem gegeven had, dat hij besloot om de raad van de juf op te volgen om het niet langer te doen.

In het begin had hij veel moeite met die beslissing. Hij bleef toch steeds proberen om dingen van anderen over te nemen. Na verloop van tijd lukte het hem steeds beter om niet meer andermans bagage te sjouwen, totdat hij uiteindelijk gewoon ontspannen kon toekijken wanneer iemand anders zware dingen droeg. Hij begon steeds meer te begrijpen dat hij al een heleboel van zijn eigen dingen droeg, en hij begreep hoeveel inspanning het had gekost en hoe moeilijk het was geweest om steeds maar iedereen te helpen. Hij begreep nu ook dat hij soms zelfs zijn eigen dingen had neergezet om anderen met hun bagage te helpen, en dan was hij zijn eigen bagage kwijtgeraakt. Na verloop van tijd merkte hij ook dat de juf gelijk had: mensen konden inderdaad hun verwachtingen aanpassen. Ze verwachtten niet meer dat hij steeds maar alles op zich zou nemen. Later, wanneer hij een enkele keer toch besloot om te helpen, gingen de mensen daardoor niet anders over hem denken. Ze begrepen dat hij alleen die ene keer hulp bood.

Hij merkte ook dat de mensen veel aardiger tegen hem waren en dat verbaasde hem nog het meest. Vroeger had niemand rekening met hem gehouden, en ze waren kwaad als hij niet deed wat ze verwachtten, maar nu waren ze dankbaar voor zijn hulp en hadden ze in de gaten hoe vriendelijk en behulpzaam Daan kon zijn als hij dat wilde.

Naarmate de tijd verstreek, begon hij te begrijpen dat hij helemaal krom had gelopen omdat hij alles van iedereen droeg en dat hij meestal verdrietig was geweest, of anders wel boos. Hij veranderde en hij liep nu rechtop en hij besteedde meer tijd aan zichzelf en hij zag er beter uit. Hij was gelukkig en heel ontspannen.

Hij was zijn juf heel dankbaar dat deze hem had geholpen om uit te vinden was hij echt wilde. En ook als hij zag dat zijn juf een heleboel dingen droeg, dan vond hij nog niet dat hij haar moest helpen. De juf wist dat haar leerling een belangrijke les had geleerd.